Het Klimaatakkoord in vogelvlucht

16 juli 2019

Op 28 juni 2019 heeft Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat het Kabinetsvoorstel voor het Klimaatakkoord gepresenteerd.

Wiebes wil snel van start met het voorgestelde ambitieuze klimaatbeleid. Door eerder te beginnen bouwt Nederland een voorsprong op ten opzichte van andere landen, aldus de minister

Doel van het Klimaatakkoord,

Om klimaatverandering tegen te gaan wil het kabinet dat we in ons land in 2030 bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uitstoten dan we in 1990 deden. Het belangrijkste broeikasgas is koolstofdioxide (CO2). Daarom zijn de pijlen met name gericht op het verminderen van de CO2-uitstoot in de lucht.

Uitgangspunten van het kabinet: betaalbaar, eerlijk en haalbaar

Voor het kabinet staat voorop dat de reductieopgave van 49% wordt gehaald op een manier die voor iedereen haalbaar en betaalbaar is.

Betaalbaar: huishoudportemonnee wordt zo veel mogelijk ontzien
Met de maatregelen die het kabinet treft, worden de inkomenseffecten voor huishoudens kleiner en wordt de onderkant van de inkomensverdeling relatief het sterkst ontzien. Het streven is om voor steeds meer huishoudens woonlastenneutraliteit binnen bereik te brengen. Daarbij blijven de vaste lasten op het bezit van een auto op fossiele brandstoffen ongewijzigd, zodat de stimulering van elektrische auto’s niet ten koste gaat van de huishoudportemonnee van mensen die zich nog geen elektrische auto kunnen veroorloven. Ieder huishouden moet mee kunnen doen. Het kabinet ontziet daarom zoveel mogelijk de huishoudportemonnee en verlaagt het totaal aan belastingen op de energierekening van huishoudens aanzienlijk.

Eerlijk: kabinet verschuift de rekening van huishoudens naar bedrijven
De lasten van huishoudens worden naar het bedrijfsleven verschoven door de verdeling van de Opslag Duurzame Energie van 50/50 aan te passen naar een derde/twee derde ten gunste van huishoudens. Door de ODE-schuif worden mkb’ers, met een relatief laag verbruik die zich in de 1e en 2e schijf bevinden, zoveel mogelijk ontzien.
De elektriciteitssector en de industrie leveren als grootste uitstoters de grootste bijdrage. De elektriciteitssector krijgt te maken met een minimum CO2-prijs en voor de industrie komt er een verstandige CO2-heffing. Het kabinet stimuleert de industriebedrijven om te investeren in CO2-reducerende technieken door een deel van de onrendabele top weg te nemen. De industrie kan op deze manier uitgroeien tot de meest CO2-efficiënte in Europa en daarmee op de langere termijn een concurrentievoordeel behalen.

Haalbaar: warmtefonds en financieringsarrangementen
Om te voorkomen dat de verduurzaming stuit op een gebrek aan financiële draagkracht, introduceert het kabinet voor woningeigenaren en huurders een warmtefonds en diverse financieringsarrangementen.
Woningeigenaren die dit jaar al willen verduurzamen, kunnen binnenkort weer gebruik maken van een subsidieregeling voor isolatiemaatregelen. Verder is de salderingsregeling voor zonnepanelen verlengd, waardoor het financieel aantrekkelijk blijft voor huishoudens en mkb-bedrijven om te investeren in zonnepanelen op daken.
De bijtelling voor zakelijk elektrisch rijden loopt stapsgewijs op, maar particulieren krijgen meer ondersteuning bij de aankoop van een elektrische auto, zowel nieuw als tweedehands, zonder dat hiervoor de vaste lasten stijgen van mensen die de overstap nog niet kunnen maken.

Maatregelen gebouwde omgeving

De verduurzaming van woningen en andere gebouwen gaat geleidelijk en start in de wijken waar het aardgasnet vervangen moet worden, of waar aardgas nu al kosteneffectief vervangen kan worden door duurzame warmte, elektriciteit of duurzaam gas. Gemeenten voeren hierover de regie. Er wordt ingezet op een zorgvuldige wijkaanpak en aan goede ondersteuning en ontzorging van eigenaar-bewoners bij het treffen van verduurzamingsmaatregelen. Uitgangspunt daarbij is dat de kosten voor verduurzaming via een lagere energierekening terugverdiend kunnen worden. Woonlastenneutraliteit komt binnen bereik door kostenreductie, een betaalbare energierekening, subsidies en aantrekkelijke financiering.

Aantrekkelijke financiering en subsidies
Voor eigenaar-bewoners wordt een breed palet aan aantrekkelijke financieringsmogelijkheden beschikbaar gemaakt, waaronder gebouwgebonden financiering en een warmtefonds met aantrekkelijke voorfinanciering voor iedereen. Voor het warmtefonds komt jaarlijks 50-80 miljoen euro aan (niet-revolverende) middelen beschikbaar tot en met 2030.
Tot 2030 zijn er subsidiemiddelen beschikbaar voor isolatie. Er komt een subsidieregeling van 100 miljoen euro per jaar voor investeringen in isolatie en warmte-installaties. Daartoe zal de huidige ISDE-regeling worden verbreed. Om eigenaar-bewoners nu al de mogelijkheid te bieden om duurzame maatregelen te treffen, wordt voor de jaren 2019 en 2020 de Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) voor in totaal 90 miljoen euro opnieuw opengesteld. Daarnaast wordt er een programma opgestart waarmee eigenaar-bewoners middels advies en ondersteuning op korte termijn gestimuleerd worden om laagdrempelige energiebesparende maatregelen te nemen en ze op korte termijn de energierekening kunnen verlagen. Hiervoor is in totaal 93 miljoen euro beschikbaar.

Betaalbare energierekening
De energiebelasting wordt budgetneutraal aangepast: het energiebelastingtarief van de eerste schijf voor aardgas neemt toe; alle extra middelen die op deze manier worden gegenereerd, worden teruggegeven via de belastingvermindering en een lager energiebelastingtarief van de eerste schijf voor elektriciteit.
Daarbij zal de Opslag Duurzame Energie (ODE) ten gunste van huishoudens worden aangepast. Verder stelt het kabinet middelen beschikbaar om het belastingdeel van de energierekening voor een huishouden met gemiddeld verbruik in 2020 met 100 euro te verlagen, in 2021 niet te laten stijgen en de stijging na 2021 te beperken. Hiervoor maakt het kabinet structureel 425 miljoen euro vrij. Huishoudens met een laag- en middeninkomen gaan er relatief het meest op vooruit.

Kostenreductie noodzakelijk
Om woonlastenneutraliteit haalbaar te maken, is kostenreductie van de verduurzaming nodig. Het kabinet maakt 25 miljoen euro per jaar extra vrij voor innovatieprogramma’s gericht op betere en goedkopere warmtepompen, collectieve duurzame warmteopties en slimme manieren van bouwen en renoveren. Met de startmotor huursector zal de verduurzaming op gang komen. Voor verhuurders is van 2020 t/m 2023 50 miljoen euro per jaar beschikbaar uit het budget van de Energie Investeringsaftrek. Met de renovatieversneller gaat de opschaling van start, door grootschalige samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers in de verduurzaming te realiseren. Voor de renovatieversneller komt tot 2024 130 miljoen euro beschikbaar.

Transitievisie warmte
De transitievisies warmte zijn nodig om de gebouwde omgeving CO2-arm te maken. Om deze transitievisies te realiseren, worden woningen en andere gebouwen in samenspraak met bewoners en gebouweigenaren geïsoleerd en aardgasvrij(-ready) gemaakt. Gemeenten zijn verplicht plannen te maken voor het realiseren van de verduurzaming van 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen in de periode 2022 tot en met 2030, met een aanloopperiode van 2019-2021.

Utiliteitsbouw
Voor bestaande utiliteitsbouw is het doel om voor 2030 1 Mton CO2-reductie te behalen. Als in 2025 blijkt dat de resultaten achterblijven, zal een passend pakket aan haalbare en kosteneffectieve maatregelen worden opgenomen in wetgeving, waarmee het doel in 2030 alsnog wordt behaald.

Maatregelen industrie

De inzet voor 2050 is een bloeiende, circulaire en CO2-arme industrie die mondiaal toonaangevend is.
Het beleidspakket zal daarom bestaan uit de volgende elementen:

Stimuleren van innovatie en uitrol van CO2-reducerende technieken en een stevige regionale clusteraanpak
Het kabinet faciliteert bedrijven bij investeringen door een ambitieus innovatieprogramma gericht op kostenreductie van kansrijke technieken en het beschikbaar stellen van SDE+-subsidiemiddelen om de uitrol van CO2-reducerende technieken die nu nog niet rendabel zijn te versnellen. De emissiereductie in de industrie zal veelal in ketens en clusters moet plaatsvinden. In elk van de vijf industriële regio’s zal een meerjarig industrieel koplopersprogramma worden ontwikkeld waarin efficiëntieverbetering samen gaat met verduurzaming van grondstoffengebruik en CO2-reductie.

Extra inzet op groene waterstof
Volgens Wiebes is Nederland een A-locatie voor de ontwikkeling van groene waterstof: als brandstof, als opslagmedium en als feedstock. Deze toepassingen zijn volgens hem hard nodig voor de transitie. Daarbij biedt de ontwikkeling van waterstof in Nederland economische kansen. Het kabinet zal zich daarom volop inspannen Nederland tot koploper te maken op het gebied van groene waterstof. Er komt een ambitieus waterstofprogramma gericht op onderzoek, pilots en demonstratieprojecten, infrastructuur en brede waterstoftoepassingen. Het kabinet stelt extra middelen ter beschikking ter hoogte van indicatief 40 miljoen euro per jaar voor pilots en demonstraties op het gebied van groene waterstof uit de klimaatenvelop.

Verstandige en objectieve CO2-heffing
Er komt vanaf 2021 een nationale CO2-heffing om het doel van 14,3 Mton uitstootreductie in 2030 te realiseren. Het betreft een stevige CO2-heffing op de vermijdbare tonnen.

Begrenzing subsidiëring van CCS
Om er voor te zorgen dat er van de maximale industriële subsidiemiddelen voldoende beschikbaar is voor technieken die voor de lange termijn transitie nodig zijn, zal het kabinet de subsidiëring van Carbon Capture and Storage (CCS) op drie manieren begrenzen. Allereerst komen alleen technieken, processen en sectoren die geen kosteneffectief alternatief dan CCS kennen om emissies te reduceren, in aanmerking voor SDE++-subsidie. Ten tweede wordt er een plafond voor subsidiëring van industriële CCS ingesteld. Ten derde worden er geen nieuwe SDE+-beschikkingen afgegeven voor nieuwe CCS-aanvragen na 2035 (uitgezonderd negatieve emissies). Deze begrenzing geeft volgens Wiebes een prikkel tot kostendaling én tot het ontwikkelen van alternatieven.

ODE/SDE – eerlijke lastenverdeling
Om tot een eerlijke lastenverdeling te komen, verhoogt het kabinet het aandeel dat bedrijven bijdragen aan de opslag duurzame energie (ODE) per 2020 van 1/2 naar 2/3. Deze verhoging komt voor rekening van grootverbruikers, waaronder die in de industrie. De industrie draagt in totaal 5 miljard euro bij aan de ODE tot en met 2030. In diezelfde periode ontvangt de industrie naar verwachting ruim 3 miljard uit de SDE++ om de 14,3 Mton CO2-reductie te halen. Volgens Wiebes biedt Nederland met deze maatregelen een aantrekkelijk en uitdagend vestigingsklimaat voor koplopers in de beoogde industriële transitie en kan Nederland vooruitlopen in de ontwikkeling van duurzame productiemethoden. Zo kan de Nederlandse industrie uitgroeien tot de meest innovatieve en schoonste in Europa en een voorbeeld zijn voor de rest van de wereld, aldus de minister.

Maatregelen elektriciteit

Voor het elektriciteitssysteem is het streven een CO2-vrij elektriciteitssysteem in 2050, dat betrouwbaar, betaalbaar en veilig is. Hiervoor is een omschakeling van elektriciteitsproductie op basis van kolen en gas naar CO2-vrije opwekking vereist. Daarom zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Het elektriciteitssysteem kan met CO2-vrije regelbare productie worden gevoed door middel van elektriciteit uit CO2-vrije waterstof of uit andere hernieuwbare bronnen zoals biomassa en groen gas, uit kernenergie, of uit fossiele bronnen waarbij CO2 wordt afgevangen.

Maatregelen landbouw

De sector landbouw wil een emissiereductie van 6 Mton in plaats van de in het regeerakkoord opgedragen 3,5 Mton realiseren. Het kabinet stelt, naast de bijdrage uit de klimaatenvelop, extra geld beschikbaar om deze ambitie binnen bereik te brengen. Daarnaast heeft het kabinet de leningcapaciteit van het Groenfonds vergroot en zijn instrumenten zoals het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, SDE++, MIA/Vamil e.d. beschikbaar voor medefinanciering van de klimaatopgave.

Om de emissiereductie in de veehouderij te verbeteren, heeft het kabinet een concreet pakket aan maatregelen uitgewerkt voor een geïntegreerde voer- en diergerichte aanpak van methaan en ammoniak voor de melkveehouderij. Daarnaast zal het kabinet regelingen uitwerken voor het stimuleren van innovaties en investeringen in integraal duurzame en emissiearme stalsystemen met een brongerichte emissiereductie van broeikasgassen, ammoniak, geur en fijnstof. Het kabinet wil verder mogelijkheden optimaal benutten om het boeren mogelijk te maken de opgaven, waaronder de klimaatopgave, te bekostigen en zo mogelijk ook te verwaarden. Het kabinet stelt hiervoor 252 miljoen euro beschikbaar.

Het kabinet ziet grote kansen in een geïntegreerde aanpak van veenweidegebieden en gebieden rond Natura 2000. Het kabinet wil met een gebiedsgerichte aanpak een impuls geven aan het veenweidegebied waarbij aangesloten wordt op waar de meest urgente problemen spelen. Verder breidt het kabinet de komende tijd het aantal pilotgebieden uit waar een mix van maatregelen wordt verkend. De maatregelen moeten worden afgestemd op het toekomstperspectief voor de boeren, de waterhuishoudkundige mogelijkheden en het type veenbodem. Voor de vrijwillige stoppersregeling stelt het kabinet 100 miljoen euro beschikbaar, voor het flankerend beleid gaat het kabinet met provincies, waterschappen en gemeenten in gesprek over aanvullende financiering, voor de overige maatregelen stelt het kabinet in totaal 176 miljoen euro tot 2030 beschikbaar.
Het kabinet wil ruimte bieden aan de doorgaande agrarische bedrijven rondom Natura 2000-gebieden. Ingezet wordt op vrijwillige deelname aan maatregelen met als doel de reductie die gerealiseerd wordt door deze maatregelen ten gunste te laten komen aan versterking van natuurwaarde in de Natura 2000-gebieden en de helft aan ontwikkelingen in de veehouderijsector. Hiervoor komt de komende jaren 100 miljoen euro beschikbaar.
Het kabinet draagt extra bij aan kennisontwikkeling en -verspreiding om te komen tot duurzaam bodembeheer waarmee landbouwbodems beter CO2 kunnen vasthouden. Het kabinet stelt voor landbouwbodems 28 miljoen euro beschikbaar.
Daarnaast leggen bomen, bossen en natuur ook CO2 vast. Er komen middelen beschikbaar zodat ontbossing kan worden tegengegaan, om zo de CO2- opslag van Nederland te vergroten. Hiervoor komt 51 miljoen euro beschikbaar.
Tenslotte wordt bij de glastuinbouw ingezet op een verdere intensivering van het programma Kas als Energiebron. Zo zal onder andere met demonstratieprojecten en kennisontwikkeling elektrificatie bij belichte teelten gestimuleerd worden. Daarnaast zal het kabinet het budget voor de regeling energie-efficiënte glastuinbouw (EG) verruimen, zodat kassen kunnen gaan voldoen aan de eisen voor een Groenlabelkas. Het kabinet stelt extra budget beschikbaar voor de grotere capaciteit van het warmtenet van het Trias2-aardwarmteproject in het Westland. Ook wordt ten algemene ingezet op betere benutting van aardwarmte (geothermie) en restwarmte. Voor de restwarmte is de sector afhankelijk van levering vanuit de industrie. Met deze sector wordt verder verkend op welke wijze de industrie CO2-kan leveren voor de glastuinbouw. Het kabinet stelt hiervoor 250 miljoen euro beschikbaar.

Nieuws: Gerelateerd

Blijf op de hoogte met onze subsidienieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.